schilderijen en tekeningen • 24 september t/m 5 november 2009
Anya Janssen (Nijmegen, 1962) is afgestudeerd aan de Akademie voor beeldende kunsten in Arnhem (1985). Sindsdien heeft ze talloze tentoonstellingen gehad in binnen- en buitenland. Ze woont en werkt in Arnhem.
________
Bij KCG worden van Anya Janssen schilderijen en tekeningen geëxposeerd die een dwarsdoorsnede door haar oeuvre tonen.
Anya Janssen is bekend geworden met vaak grote, figuratieve doeken ‘in soft-focus’. Ze schildert met zeer droge verf laag over laag. Op deze manier ontstaat een onscherpte die figuur en achtergrond kenmerkt en met elkaar verbindt. Deze techniek belichaamt Janssens interesse in de vervaging van grenzen tussen cultuur en natuur en tussen het innerlijke leven van mensen en hun omgeving.
Anya Janssen gaat ervan uit dat achter de zichtbare werkelijkheid een andere, onkenbare wereld bestaat.
Dit idee brengt ze tot uitdrukking in een realistische esthetiek. In vroege series ging zij op zoek naar een manier om het grensgebied tussen gecultiveerd gedrag en instinctief handelen te verbeelden. Bij zelfportretten onderzocht zij de mogelijkheden om in realistische beeldtaal extreme innerlijke gevoelens zichtbaar te maken. In de series daarna ontstaat bijna een letterlijke verdubbeling van het personage binnen het kader van de compositie. Tegenovergesteld aan de manier waarop ze de lichamen in deze series in beweging bracht, schilderde Janssen vervolgens vrouwen die onbeweeglijk blijven terwijl de wereld op hoge snelheid langs hen heen lijkt te gaan. Snelheid lijkt de scheiding tussen het lichaam en de omgeving te vervagen.
De gevolgen van haar eerdere formele en thematische onderzoek leidde, samen met haar fascinatie voor dubbelgangers en spiegelingen, tot het maken van Double-Edged (2003). Een serie portretten van tweelingzussen in de puberleeftijd. Terwijl in haar eerdere werken de dubbelheid van het zijn zich afspeelde op het grensgebied tussen natuur en cultuur, worden in dit project andere traditionele tegenstellingen onderzocht, zoals die tussen macht en onmacht, goed en slecht, ‘ik’ en ‘de ander’.
Het begrip identiteit besloot Janssen verder te onderzoeken door adolescenten te portretteren in de serie Rites of passage. Pubers bevinden zich immers zowel emotioneel als lichamelijk op onbekend terrein. Ze leven in een parallelle werkelijkheid, een gebied tussen absolute werkelijkheid en bewust gecreëerde fictie. Een gebied met speciale rituelen en gedragscodes. De scheidslijn tussen goed en kwaad, onschuld en verdorvenheid is hier nergens helemaal scherp. Op hun ambivalente karakter kunnen we onze eigen emoties en ideeën projecteren.
In haar nieuwste serie lijkt Janssen op zoek naar de verloren tijd van haar jeugd. Het is weer een wereld waarin dubbelzinnigheid een belangrijke rol speelt. Keer op keer portretteert zij een jong meisje dat ons recht in de ogen kijkt vanuit een wereld die zowel spannend en betoverend als gewelddadig en bedreigend lijkt te zijn. Het meisje (alterego van Janssen) en haar omgeving moedigen ons aan om verdere betekenis te zoeken. Ze nodigen uit om onze relatie tot ‘verloren tijden’ te omschrijven: in een zoektocht die begint en eindigt met het zoeken naar onszelf.